GERMINAL LIFE: THE DIFFERENCE AND REPITITION OF DELEUZEdownload deze tekst
door Keith Ansell Pearson

Routledge
London 1999
ISBN 0-415-18350-2
Engelse tekst, 270 pagina's

De filosofie van Gilles Deleuze is een van "het einde van de lijn" soort. Het is de filosofie waar men onvermijdelijk terechtkomt nadat het plezier in het mee hameren met de vandalistische tendensen in het postmodernisme begint te vervelen. Opeens blijken er nieuwe lijnen te trekken, nieuwe manieren om met de brokstukken te spelen: Deleuze's filosofie is bovenal een constructieve, het weet Ja te zeggen. Daarnaast doet Deleuze & Guattari's meesterwerk Mille Plateaux me denken aan de monoliet van 2001: A Space Odyssey. Mysterieus, grotesk, ondoordringbaar maar ook een deur naar een nieuwe wereld, een nieuwe kennis. Een mooi bijeffect van de analogie is dat de monoliet de evolutie van de mens inzet en uiteindelijk afmeet (wanneer de monoliet op de maan wordt gevonden activeert het een baken dat de menselijke evolutie zo ver is gevorderd dat de soort haar eigen planeet heeft verlaten). Dit brengt ons bij Germinal Life een nieuwe studie die het werk van Deleuze probeert te plaatsen in de traditie van de moderne biofilosofie. Een traditie die volgens Keith Pearson loopt van Darwin en Weismann door naar Bergson en Freud.

Pearson's taak is duidelijk en een vruchtbare invalshoek, Deleuze's filosofie maakt gebruik van talloze biologische theorieën, is bezaaid met biologische terminologie. Maar Pearson stelt ook expliciet dat een reductie van Deleuze's project tot een nieuwe filosofische biologie een onjuiste is.

pagina -1-volgende