|
Dat de ontwikkelaars van emulators hun bezigheden verklaren als een uitdaging om oude games te vertalen via een nieuw programma, is een begrijpelijk maar saai excuus, wanneer zij in werkelijkheid bezig zijn met het herontdekken en in kaart brengen van verloren werelden. De meerderheid van de gebruikers van emulators verspilt echter geen gedachte aan de schoonheid van de code wanneer ze geconfronteerd worden met de terugkeer van plekken die ze in hun jeugd bewoonde. Dit is allereerst een puur nostalgische ervaring. Sommige games blijken nog steeds perfect speelbaar (Uridium op de C64, Crazy Climber op de kast), sommige vervelen na een keer spelen alweer. En dan is er de blijdschap wanneer een lang vergeten "kast" die je ooit op vakantie had gespeeld zo maar op het scherm van je PC verschijnt. In die eerste roes van ontdekking verklaar je het Internet heilig, zal je woorden spreken als: "dit nu, is ware vooruitgang". Totdat na vijf keer Missile Command, Mr. Do en Space Invaders de rust terugkeert, en dit is geen rust van opluchting of vermoeidheid. Dit is de als-je-alles-kan-doen-waarom-nog-iets-doen rust, die verraderlijke vorm van postmoderne consumptie ennui. De verschijning van emulators komt precies op tijd. Gesprekken over favoriete games uit de jeugd waren al een tijd een welkome afwisseling voor de steeds terugkerende lijst van favoriete televisieprogramma's uit de jaren zeventig. Space Invaders is de terugkeer van oude Puma gympen, Adidas trainingspakken, old-skool hiphop en Star Wars, kortom niets anders dan een onderdeel in de volgende retroperiode, wat niets anders is dan een uiting van collectieve symbolische onzekerheid. Kan ik dansen op jungle? Is Prada echt draagbaar? Is Carmaggedon te bloederig? Waarom heeft Gummo geen plot? Als de jaren negentig te chaotisch, non-linear, hypercomplex, zonder autoritair middelpunt zijn, dan lijkt het verleden opeens een baken van rust, eenvoud en overzichtelijkheid. Want toen was alles beter? |
|
| pagina -2- | vorige volgende |