| OP ZOEK NAAR DE ECONOMIE VAN DE DROOM | download deze tekst |
Kelderende beurzen, economische onzekerheid, de spreekwoordelijke broekriem die terugkeert, groeiende werkeloosheid, politici verloren in een ééndimensionale roes van de marktideologie. 2002 is een uitgelezen jaar om de vraag te stellen: hoe zat dat ook alweer, bestaat er nog wel een andere vorm van economie? Een vorm die minder amoreel is, meer respect heeft voor veelvuldigheid, die cultuur minder uitholt? De roes van de jaren negentig was bedwelmend door de schittering van gouden bergen, de schijnbare afwezigheid van conflict. Die balans van eeuwig groei is op verbazingwekkende wijze in korte tijd verdwenen en heeft gaten geslagen in ons zelfvertrouwen waaruit een stinkend ressentiment opstijgt van een onvrede zonder uitgesproken bron of doel (een onvrede om maar iets heftigs te voelen), toplagen zich verstrikken in financiële hoogmoed, waar nieuwe technologieën vreemde spiralen van lege beloften en valse fundamenten van een 21ste eeuwse economie vormen om plots uit elkaar te vallen, en wanneer we de diepste wond bestuderen, realiseren dat die trotse economie een surrealistisch spel van tekens is geworden zonder referent aan de realiteit. Verleiding en kritische apathie Tegenbeweging? De anti-globaliseringsbeweging lijkt dezelfde fout als het Marxisme te maken, niet een radicale kritiek op de sociaal-economische fundamenten maar een voorzichtige herinterpretatie/herverdeling op het gebied van de productie. Een rechtvaardige productie als einddoel. In hun kritiek transcenderen zij het kapitalisme niet en in hun protest weten zij op teleurstellende wijze niet te ontsnappen aan de kant-en-klare scenario’s van ouderwets geweld. Als je dan toch het spel van protest wilt spelen, waarom niet met compleet nieuwe spelregels? Een werkelijk symbolische uitdaging die de botte knuppel, de lege huls van de politiehelm ridiculiseert? |
|
| pagina -1- | volgende |