INSTRUCTIES VOOR EEN NIEUW TE VOUWEN SCIENCE FICTION MODELdownload deze tekst

Tijdens een vertoning van de film Blade Runner moet de jonge sciencefictionschrijver William Gibson van opwinding halverwege de zaal verlaten. De beelden van een duistere stad, vol groezelige technologie van de straat, bevolkt door een cynische multi-etnische massa moeten Gibson, die bezig is met het schrijven van zijn eerste roman, Neuromancer, teveel zijn geworden. De schok lijkt van tijdelijke aard te zijn geweest want als Neuromancer in 1984 verschijnt, blijkt de confrontatie met Blade Runner te werken als een vouw waarin bepaalde thema's uit de moderne sciencefiction bijeenkomen, tot een einde worden gebracht, verdwijnen of met hernieuwde kracht worden ingezet.

De voorgaande twintig jaar had sciencefiction zich met name in de literatuur weten lost te werken van een zekere voorkeur voor ruimteavonturen, postnucleaire scenario's en futuristische versies van Decline and Fall of the Roman Empire. Sciencefiction kreeg nieuwe impulsen van de tegencultuur toegeworpen: van psychedelica (Philip K.Dick); de relatie sekse en utopie (Ursula Le Guin); ras, identiteit en taal (Samuel Delaney) tot de geheime verlangens die gecodeerd zijn in nieuwe technologische landschappen (J.G.Ballard). Maar al te graag wordt sciencefiction sinds die nieuwe impuls een te vroege dood toegekend onder invloed van Star Wars (1977) en misschien in iets mindere mate Closer Encouters of the Third Kind, sciencefiction die een terugkeer voorstaan naar de oude waarden van ruimteavonturen en buitenaardse contacten.

pagina -1-volgende