|
Vijf minuten later word ik eindelijk bewust van het feit dat ik niet alleen ben op het strand. Twintig meter verderop ligt een naakte jonge vrouw. Haar houding verraad dat ze bewusteloos is en terwijl ik langzaam wegzak staar ik gefascineerd naar de weerspiegeling van de zon op haar bruine huid. In de droom drukt de zon de moleculen van verlangen tot nieuwe snelheden die mijn lichaam doen trillen. Wanneer ik dan haar huid van een afstand kan proeven smaakt ze zout, een volle smaak die in mond blijft door werken. Eeuwen gaan voorbij terwijl ik de magische schoonheid van de zweetdruppels op haar huid probeer te ontcijferen, de kleur van haar tepels die zo bruin zijn dat ze op een afstand zwart lijken. Als ik mijn aandacht verleg naar haar linkertepel, valt een kleine glinstering op. Even word ik afgeleid als ze moet lachen, waarna de speldenknop van licht ontploft en alles wit is. Aan het eind van de middag staan we beide langzaam op en verlaten zwijgzaam het strand. Wanneer ze een andere kant oploopt kijk ik even om en zie door de wazige afstandelijkheid, in de meest blauwe ogen die ik ooit heb gezien, een flits van herkenning, iets wat lijkt op begrip. Die nacht sta ik uren voor de spiegel en bestudeer elk detail van mijn steeds bruinere huid, vergelijk de tinten met de herinneringen aan haar onmogelijk egale huidskleur. Met mijn neus beweeg ik over mijn armen op zoek naar de geur van zonlicht. Ik zou willen dat het die ogen waren die me de volgende ochtend weer dwongen om terug te keren naar het strand, zonder de verzengende dwang van de zon was er echter geen sprake meer van verlangen. Toen ik op het strand arriveerde en haar zag liggen met twintig meter verder een tweede persoon, registreerde ik geen enkele afgunst, zij was immers altijd al van mij, ons. Gedachten die langzaam wegsterven in sublieme vaandels van licht. Tussen het kalme tijdloze gewapper van de vaandels vang ik flitsen van de dagen die liggend aan ons voorbij trekken, elke dag komt er nieuw lichaam bij. En met ons aantal neemt ook onze gezamenlijke kracht toe. Voorbij de visoenen, die niet meer zijn dan een adaptatiefase, ligt een domein van pure kennis, het licht dat onze huid bombardeert is een continue informatiestroom: het voedt de geest, werkt door tot in de diepste cellen van het lichaam, die het zachtjes wakker schudt uit een primitieve sluimer waarna met hernieuwde energie alles, werkelijk elk atoom in mijn lichaam, voor het eerst lijkt te leven. In de trance vloeit ons afzonderlijke, voorheen gekooide, bewustzijn over in elkaar waardoor een waar begrip ontstaat van de geheimen van het licht. Samengesmolten kijken we door het licht heen en lachen over onze nieuwe macht. |
|
| pagina -2- | vorige volgende |