DE ZEEPBEL download deze tekst

De opkomende zonnen kleuren het Paleis van Universele Orde een zacht groen. Omwonenden die naar hun werk lopen, weten dat het een prachtige dag zou worden en genieten van dit korte rustpunt waarop het geluid van de stad nog maar een zacht geruis is. Wanneer we het groene licht volgen door de immense ramen van het Paleis kruist het een chaotische optocht van boodschappers, diplomaten en andersoortig volk. Het lawaai zwelt aan totdat de groep aangekomen is in de zaal van de Raad van Zeven, die onder leiding van Ultor de Wijze met slaperige hoofden net plaatsnemen op hun zetels. De kakofonie duurt enkele minuten totdat Raadslid Voy, die van ellende met zijn hoofd op de tafel ligt, zich opricht en met schorre stem dondert: EN NU ALLEMAAL BEKKEN DICHT! De andere raadsleden grinniken wanneer de menigte meteen stil valt. Ik heb een kater van teveel til-sap consumptie die ik door jullie gestunt niet heb kunnen uitslapen. Eén verkeerd woord, één stemverheffing en ik regel een enkele reis naar de Diepte van Cardonia. Met veel genoegen zag Voy een rilling door de massa gaan bij het noemen van de beruchte martelplaats, waarvan de locatie, door de eeuwen ongebruikt, allang was verdwenen in de onbetrouwbare sterrenkaarten van de mythologie.

Ultor keek naar Rhonian en gebaarde haar de vergadering te leiden. Rhonian bestudeerde de documenten en fluisterde op zo’n manier dat de aanwezigen muisstil werden, bang als zij waren een woord te missen van haar sublieme stemgeluid.

pagina -1-volgende